Hoe je een studie vindt met behulp van je aantekeningen

Hoe je een studie vindt met behulp van je aantekeningen

Tom Dekker
Berekenen...
Deel:

Bij het kiezen van een opleiding kijk je waarschijnlijk naar vakken, beroepen en toelatingseisen. Logisch, want daar gaat de voorlichting ook over. Toch loop je daarmee één bron van informatie mis die je al jaren zelf verzamelt: de manier waarop jij aantekeningen maakt.

Schrijf je hele stukken uit, werk je met pijlen en schema’s, of noteer je alleen kernwoorden? Zulke gewoonten geven geen definitief antwoord op je studiekeuze. Ze helpen wel om te begrijpen welke lessen, opdrachten en toetsvormen bij je passen. En dat is precies het onderdeel van een opleiding waar je de komende vier jaar het meest mee te maken krijgt.

Kort gezegd: je aantekeningen zeggen niets over wélke studie je moet doen, maar wel veel over hóe je het liefst leert. Gebruik ze als startpunt voor vragen die je stelt op open dagen en tijdens proefstuderen, niet als uitslag.

Waarom je aantekeningen een bruikbare bron zijn

Een studiekeuzetest vraagt je hoe je denkt dat je leert. Je aantekeningen laten zien wat je écht doet, in een situatie waarin je niet nadacht over je studiekeuze. Dat maakt ze eerlijker dan een vragenlijst: je hebt jezelf niet mooier voorgedaan dan je bent.

Daar komt bij dat aantekeningen maken geen passieve handeling is. Op het moment dat je iets opschrijft, kies je wat belangrijk is, in welke volgorde het staat en hoe onderdelen samenhangen. Die keuzes maak je grotendeels automatisch. Precies daarom zijn ze interessant: ze laten je standaardmanier zien om nieuwe informatie te ordenen.

Belangrijk is wel hoe je die informatie gebruikt. Het idee dat iedereen één vast “leertype” heeft en alleen zo kan leren, is achterhaald. Zie je aantekeningen dus niet als een label, maar als een voorkeur die je kunt toetsen. Wil je breder onderzoeken wat voor werkomgeving bij je past, lees dan ook: Studiekeuze maken: het belang van je ideale leeromgeving.

Stap 1: Kijk naar wat je vanzelf doet

Pak een schrift, een oud lesdocument of de map op je laptop van vorig blok. Bekijk niet de inhoud, maar de vorm. Loop deze vragen langs:

  • Staan er lange stukken lopende tekst, of losse regels en steekwoorden?
  • Gebruik je pijlen, kaders, kleuren of kleine tekeningen om verband aan te geven?
  • Schreef je tijdens de les bijna alles mee, of luisterde je eerst en maakte je daarna een samenvatting?
  • Werkte je op papier, digitaal, of allebei door elkaar?
  • Heb je je aantekeningen achteraf nog gebruikt, of ging het vooral om het opschrijven zelf?

Je schoolspullen vertellen hier vaak net zoveel als je schrift. Een etui vol markeerstiften past bij iemand die graag verbanden zichtbaar maakt. Losse kaartjes wijzen op een voorkeur voor korte begrippen en herhaling. Een laptop is handig wanneer je snel veel tekst wilt verwerken. Het brede aanbod aan schoolspullen bij HEMA maakt dat ook goed zichtbaar: van schriften en collegeblokken tot markeerstiften, kaartjes en mappen. Wat je zelf steeds opnieuw koopt, zegt iets over de aanpak die je prettig vindt.

Eén hulpmiddel hoort natuurlijk niet automatisch bij een bepaalde opleiding. Het laat zien welke route je kiest zodra er nieuwe informatie op je afkomt.

Scholier maakt met de hand aantekeningen in een schrift om te ontdekken welke studie past

Vier patronen die je vaak terugziet

De meeste mensen herkennen zichzelf in één of twee van deze patronen. Ze sluiten elkaar niet uit, en ze zijn geen persoonlijkheidstype.

Wat je vanzelf doetWat dat waarschijnlijk laat zienWat je bij opleidingen kunt onderzoeken
Je schrijft uitgebreid uit in lopende zinnenJe begrijpt iets pas als je het in je eigen woorden hebt geformuleerdOpleidingen met veel theorie, literatuur, essays en betoogopdrachten
Je maakt schema’s, tijdlijnen en tekeningenJe denkt in structuur, stappen en verbanden tussen onderdelenOpleidingen waarin processen, modellen, systemen of ontwerpen centraal staan
Je noteert alleen kernwoorden en begrippenJe onthoudt via herhaling en compacte begrippen, niet via lange tekstOpleidingen met veel vakterminologie, formules, casuïstiek of oefentoetsen
Je schrijft weinig op en doet liever meeJe leert vooral door iets uit te voeren en daarna terug te kijkenOpleidingen met veel practica, stages, labwerk of praktijkuren

Gebruik de rechterkolom niet als lijstje studies om te kiezen. Gebruik hem als filter voor de vraag die je op een open dag stelt: hoeveel van dit soort werk zit er in het eerste jaar?

Stap 2: Leg je aanpak naast de onderwijsvorm

Opleidingen verschillen enorm in de manier waarop je les krijgt, en die verschillen zie je zelden terug in een studiebeschrijving. Bij sommige studies volg je hoorcolleges en lees je lange teksten. Andere opleidingen werken vooral met projecten, practica of opdrachten in groepen. Binnen één opleiding wisselen die vormen elkaar bovendien af, en verandert de verhouding per studiejaar.

Grofweg zie je drie onderwijsvormen terug:

  • Kennisoverdracht. Hoorcolleges, literatuur, tentamens. Je legt zelf vast wat belangrijk is en verwerkt veel tekst. Wie graag uitgebreid schrijft, voelt zich hier vaak thuis.
  • Projectonderwijs. Groepsopdrachten, tussenpresentaties, een eindproduct. Je moet informatie niet alleen begrijpen, maar ook delen en vastleggen voor anderen. Losse steekwoorden schieten hier meestal tekort.
  • Praktijkgericht onderwijs. Practica, labs, stages, simulaties. Je leert door te doen en achteraf te reflecteren. Wie vooral leert door iets uit te voeren, moet kijken hoeveel praktijkuren een opleiding echt biedt.

Het verschil tussen hbo en wo speelt hier flink mee, ook al is dat niet het hele verhaal. Wil je daar scherper zicht op krijgen, lees dan: Hbo of wo: wat is het verschil?

Stel deze vragen tijdens een open dag of voorlichting. Ze leveren concretere antwoorden op dan “is deze studie leuk?”:

  • Hoeveel contacturen, praktijkuren en zelfstudie-uren zitten er in een gemiddelde week van het eerste jaar?
  • Welke toetsvormen komen het vaakst voor: tentamens, verslagen, presentaties, praktijkopdrachten?
  • Hoeveel van de beoordeling gaat over groepswerk?
  • Hoe ziet een gemiddelde studieweek eruit volgens een tweedejaars, niet volgens de brochure?

Bekijk ook: De 3 beste vragen die je moet stellen op een open dag en de beste voorbereiding op een open dag.

Probeer daarnaast een proefles of meeloopdag te volgen. Je merkt dan binnen een uur of de manier van lesgeven aansluit bij hoe jij informatie verwerkt, en dat is informatie die je uit geen enkele studiegids haalt.

HelloFuture op laptop en telefoon

Ontdek jouw top-3 studies met A.I.

HelloFuture analyseert alle 2.300+ studies en matcht ze met jouw interesses en talenten. Geen keuzestress, direct duidelijkheid.

Stap 3: Let op waar je vastloopt

Aantekeningen laten niet alleen zien wat goed werkt. Ze maken vooral duidelijk waar je tegenaan loopt, en dat is waardevoller bij een studiekeuze. Een paar patronen die veel voorkomen:

  • Je schrijft zoveel op dat je de uitleg mist. Je aantekeningen zijn compleet, maar je hebt het college eigenlijk niet gevolgd. Bij opleidingen met veel hoorcolleges wordt dat een probleem, tenzij je oefent met selecteren.
  • Je noteert losse woorden die thuis niets meer betekenen. Bij veel zelfstudie moet je zelf hoofd- en bijzaken herkennen. Zonder context lukt dat niet.
  • Je aantekeningen zien er goed uit, maar je gebruikt ze nooit. Netjes overschrijven voelt productief en is het meestal niet. Kijk of je ergens iets doet met wat je hebt opgeschreven.
  • Je bewaart alles digitaal maar vindt niets terug. In projectonderwijs moet je informatie delen en afspraken vastleggen voor anderen. Een rommelige mappenstructuur kost je dan niet alleen tijd, maar ook punten.

Iedere studie vraagt nieuwe vaardigheden, en die kun je leren. Het helpt alleen om vooraf te weten hoeveel zelfstandigheid nodig is, zodat je niet in september ontdekt dat je hele systeem niet meer werkt. Praktische aanpakken om dat nu al te oefenen vind je in 7 tips om succesvol thuis te studeren.

Stap 4: Kijk naar hoe je overzicht houdt

Naast aantekeningen is planning een belangrijk onderdeel van studeren, en misschien wel het onderdeel waar eerstejaars het vaakst op stuklopen. Schoolagenda’s geven inzicht in hoe je omgaat met toetsen, huiswerk en grotere opdrachten. Dat zie je zelfs terug in de indeling die je kiest: één dag per pagina past bij wie per dag werkt, een weekoverzicht bij wie het liefst een hele week vooruitkijkt.

Bureau met laptop, notitieboek, planner en post-its om overzicht te houden tijdens je studie

Loop je oude agenda eens door en let op:

  • Schrijf je opdrachten direct op, of pas als de deadline dichtbij is?
  • Controleer je je planning meerdere keren per week, of vertrouw je vooral op je geheugen?
  • Plan je grote opdrachten in stukken, of staat er één keer “verslag inleveren”?
  • Staan er ook vrije momenten in, of alleen verplichtingen?

Die gewoonten bepalen mede hoeveel structuur een opleiding je moet bieden. Sommige programma’s hebben vaste lesdagen en regelmatige toetsmomenten, waardoor je vanzelf bijblijft. Andere werken met lange projecten en deadlines die ver uit elkaar liggen, en daar moet je zelf het ritme bewaken. Vraag studenten hoeveel vrijheid zij krijgen en hoe zij hun werk over de week verdelen.

Heb je je keuze al gemaakt? Dan helpt dit stappenplan om je voor te bereiden op je studie om je planning en werkplek op tijd op orde te hebben.

Doe de aantekeningentest in 48 uur

Tot nu toe keek je terug. Deze test laat je vooruitkijken, en kost je ongeveer een uur verdeeld over twee dagen.

Dag 1. Kies drie korte video’s of teksten over duidelijk verschillende vakgebieden. Bijvoorbeeld iets technisch, iets maatschappelijks en iets creatiefs. Houd ze allemaal ongeveer tien minuten lang.

Maak bij elk onderwerp op een andere manier aantekeningen:

  1. Bij de eerste bron schrijf je een samenvatting in lopende zinnen.
  2. Bij de tweede bron maak je een schema, tijdlijn of tekening.
  3. Bij de derde bron noteer je alleen kernwoorden en begrippen.

Schrijf na elke ronde één zin op: hoe voelde dit? Leg daarna alles weg.

Dag 2. Pak je aantekeningen erbij zonder de bron opnieuw te bekijken en vul dit in:

VraagBron 1 (samenvatting)Bron 2 (schema)Bron 3 (kernwoorden)
Wat begrijp je nu nog, zonder de bron?
Kun je het in eigen woorden uitleggen?
Voelde het maken prettig of vermoeiend?
Zou je dit onderwerp verder willen uitzoeken?

Twee dingen vallen dan meestal op. Ten eerste: welke vórm het beste werkte om de inhoud terug te halen. Ten tweede, en dat is minstens zo interessant: welk ónderwerp je het langst vasthield. Als je bij het technische onderwerp doorleest terwijl het schema al klaar is, zegt dat iets.

Vergelijk je uitkomsten daarna met de lessen en opdrachten van opleidingen die je onderzoekt. Wil je die vergelijking breder maken met een test, bekijk dan de 10 beste gratis studiekeuzetesten.

Neem je aantekeningen mee naar de open dag

Een open dag is de plek waar je je aannames kunt controleren, mits je weet waar je naar kijkt. Neem je eigen schrift mee als geheugensteun en let op:

  • Het werkelijke studiemateriaal. Vraag of je een boek, reader of opdracht uit het eerste jaar mag inzien. Blader erdoorheen en vraag jezelf af: hoe zou ik dit vastleggen?
  • De aantekeningen van huidige studenten. Kijk mee op een laptop of in een schrift tijdens een proefcollege. Herken je hun aanpak, of ziet het er totaal anders uit dan wat jij zou doen?
  • De ruimtes. Zit je in een collegezaal van driehonderd man, in een lab of aan projecttafels? De inrichting verraadt vaak hoe er wordt lesgegeven.
  • Wat je zelf doet. Merk op hoe je tijdens de voorlichting aantekeningen maakt. Schrijf je vanzelf mee, of ben je afgehaakt? Dat is een signaal.

Schrijf na afloop dezelfde avond drie dingen op die je zijn bijgebleven. Wat je zonder programma nog weet, is wat echt indruk maakte.

Wat je aantekeningen níet vertellen

Voor de eerlijkheid: dit is één puzzelstuk, geen shortcut. Je aantekeningen zeggen niets over of een beroep bij je past, of het werkveld je aanspreekt, of je de inhoud interessant genoeg vindt om vier jaar vol te houden, en of je aan de toelatingseisen voldoet.

Ze zeggen ook niet dat je vastzit aan één manier van leren. Vrijwel iedereen die gaat studeren past zijn methode in het eerste jaar aan, simpelweg omdat het tempo en de hoeveelheid stof veranderen. Zie je huidige aanpak dus als vertrekpunt, niet als grens.

Gebruik dit artikel daarom naast de grotere vragen. Die staan uitgewerkt in Waar moet ik op letten als ik een studiekeuze maak? en Hoe kom ik erachter of een studie echt bij mij past?

Van aantekeningen naar een concrete shortlist

Zo maak je het praktisch:

  1. Schrijf je voorkeur op in één zin. Bijvoorbeeld: “Ik onthoud het meest als ik structuur aanbreng en het daarna toepas.” Dat is je onderzoeksvraag.
  2. Zet drie opleidingen naast elkaar en zoek per opleiding het aantal contacturen, praktijkuren en de belangrijkste toetsvormen op. Nog geen lijst? Zo creëer je overzicht in welke studies er zijn.
  3. Toets je zin bij elke opleiding tijdens een open dag, proefstudeerdag of gesprek met een student. Noteer per opleiding of het klopte.

Na drie bezoeken heb je geen gevoel meer, maar bewijs. En dat is precies wat een studiekeuze hanteerbaar maakt.

Kom je er alsnog niet uit of blijft de twijfel hangen, dan kan het helpen om er iemand bij te halen die de juiste vragen stelt. Bekijk ook: studiekeuzebegeleiding.

Veelgestelde vragen

Kun je met je aantekeningen bepalen welke studie bij je past?

Nee, je aantekeningen geven geen antwoord op je studiekeuze. Ze laten wel zien hoe jij informatie verwerkt: schrijf je alles uit, werk je met schema’s of noteer je alleen kernwoorden. Die gewoonte gebruik je als onderzoeksvraag om te toetsen of de onderwijsvorm van een opleiding bij je past. De inhoud van de studie en het beroepsbeeld blijven doorslaggevend.

Wat zegt het als ik tijdens de les bijna alles opschrijf?

Dat je informatie het liefst volledig vastlegt voordat je gaat selecteren. Dat past vaak goed bij opleidingen waarin theorie, lange teksten en hoorcolleges een grote rol spelen. Let er wel op dat je niet zoveel opschrijft dat je de uitleg zelf mist. Oefen met eerst luisteren en daarna een korte samenvatting maken.

Hoe weet ik of een opleiding bij mijn manier van leren past?

Vraag bij een opleiding hoeveel contacturen, praktijkuren en zelfstudie-uren er per week zijn, welke toetsvormen worden gebruikt en hoeveel groepswerk erbij komt kijken. Bezoek daarnaast een open dag of proefstudeerdag en kijk naar het werkelijke studiemateriaal. Je merkt dan sneller of de manier van lesgeven aansluit bij hoe jij informatie verwerkt.

Wat is de aantekeningentest en hoe doe je die?

Kies drie korte video’s of teksten over verschillende vakgebieden. Maak bij de eerste een samenvatting, bij de tweede een schema en bij de derde alleen kernwoorden. Leg het materiaal weg en kijk een dag later wat je nog begrijpt. Noteer welke vorm het prettigst werkte en welke vorm de inhoud het best terugbracht. Vergelijk die uitkomst met de lessen en opdrachten van opleidingen die je onderzoekt.

Zegt mijn schoolagenda ook iets over mijn studiekeuze?

Je agenda laat zien hoeveel structuur je zelf aanbrengt. Schrijf je alles direct op en check je je planning regelmatig, dan red je je waarschijnlijk goed bij opleidingen met lange projecten en deadlines die ver uit elkaar liggen. Vertrouw je vooral op je geheugen, dan helpen vaste lesdagen en regelmatige toetsmomenten je om bij te blijven.



Deel dit artikel:

Link gekopieerd!
Studiekeuze maken
Gratis studiekeuzetest

Maak de Studiekeuzetest en ontvang jouw Persoonlijke Studiekeuze Adviesrapport

Krijg direct inzicht in de volgende stap naar duidelijkheid over je studiekeuze

Start de test